ECLI:NL:RBROT:2011:BR0225
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod aanleg traplift in gemeenschappelijk trappenhuis VvE
In deze zaak vordert eiseres een verbod op de aanleg van een traplift door gedaagde in het gemeenschappelijk trappenhuis van een portiekflat, totdat de rechtmatigheid van het VvE-besluit en de aanleg zelf in een bodemprocedure is beoordeeld.
Eiseres stelt dat de traplift onrechtmatig is vanwege onder meer strijd met het Bouwbesluit, geluidsoverlast, waardevermindering en verminderde gebruiksgemak. Gedaagde voert aan dat hij vanwege zijn leeftijd en gezondheidsproblemen dringend behoefte heeft aan de traplift en dat het besluit van de VvE zorgvuldig is genomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de regels voor bestaande bouw van toepassing zijn en dat de trap na installatie van de traplift voldoet aan de minimale breedte-eisen. Ook is geen sprake van onrechtmatig handelen door gedaagde, en de belangenafweging leidt tot het oordeel dat de vorderingen van eiseres moeten worden afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.