ECLI:NL:RBROT:2011:BR1632
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing wijzigingsvergunning offshore windturbinepark Scheveningen Buiten
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiseres tegen het besluit van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu tot wijziging van de vergunning voor het offshore windturbinepark Scheveningen Buiten. De wijziging betrof onder meer het aantal turbines, het type turbines, de locatie binnen het park en het kabeltracé tot aan de duinvoet bij Kijkduin.
Eiseres stelde dat de wijzigingsvergunning onrechtmatig was omdat het landtracé niet was betrokken in de vergunning en beoordeling, en dat daardoor het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel was geschonden. Tevens voerde zij aan dat een aanvullende milieueffectrapportage had moeten worden gevraagd en dat de volksgezondheid onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het landtracé geen onderdeel uitmaakt van de vergunning en dat de beoordeling van het landtracé buiten de bevoegdheid van verweerder valt. De gemeente Den Haag werd niet als partij toegelaten wegens de Crisis- en herstelwet. De rechtbank wees het beroep af omdat de ingebrachte gronden niet ontvankelijk waren en de vergunning niet in strijd was met de relevante wettelijke bepalingen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijzigingsvergunning voor het offshore windturbinepark Scheveningen Buiten wordt ongegrond verklaard.