ECLI:NL:RBROT:2011:BR3556
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters-commissarissen wegens vermeende partijdigheid
In deze zaak verzocht de verdachte wraking van twee rechters-commissarissen die hem tijdens een getuigenverhoor middels videoverbinding hadden aangezegd dat hij op een nader te bepalen datum zou moeten verschijnen in zijn eigen strafzaak. De verdachte betoogde dat deze aanzegging, gedaan tijdens een verhoor in een andere zaak, de schijn van partijdigheid wekte.
De rechtbank onderzocht of deze omstandigheden objectief gerechtvaardigde aanwijzingen voor vooringenomenheid opleverden. De verdediging stelde dat de term 'aanzeggen' een juridische status heeft en niet gelijkgesteld kan worden met een mededeling, en dat de rechters-commissarissen hiermee taken van het Openbaar Ministerie zouden hebben overgenomen.
De rechtbank oordeelde echter dat de aanzegging geen vervanging was van de officiële oproeping door het Openbaar Ministerie en dat het slechts een kennisgeving betrof. Ook werd erkend dat door taalbarrières en vertaling het moment waarop de raadsman de juridische betekenis van de aanzegging begreep, later lag, waardoor het wrakingsverzoek tijdig was ingediend.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat er geen aanwijzingen waren voor subjectieve of objectieve partijdigheid van de rechters-commissarissen. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters-commissarissen is ongegrond verklaard en afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.