ECLI:NL:RBROT:2011:BR3558
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens ontbreken zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die een comparitie van partijen had gelast in een lopende civiele procedure. Verzoekster stelde dat het tussenvonnis nietig was en dat de kantonrechter niet-onafhankelijk en zelfs strafrechtelijk vervolgbaar zou handelen. De rechtbank heeft het verzoek getoetst aan de criteria voor wraking, waarbij werd vastgesteld dat wraking slechts kan worden toegewezen indien er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor partijdigheid.
De rechtbank oordeelde dat de enkele omstandigheid dat de kantonrechter een comparitie had gelast, geen aanwijzing vormt voor partijdigheid. Ook was er geen sprake van een nietig vonnis of rechtsweigering. De aanvullende gronden die verzoekster later aanvoerde, werden als niet-ontvankelijk beoordeeld omdat deze niet pas na het eerste verzoek bekend waren geworden.
Gezien de inhoud en de herhaling van wrakingsverzoeken concludeerde de rechtbank dat sprake was van misbruik van het wrakingsrecht en bepaalde zij dat een volgend wrakingsverzoek op dezelfde of soortgelijke gronden niet meer in behandeling zal worden genomen. Het wrakingsverzoek werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen en een volgend gelijksoortig wrakingsverzoek zal niet meer in behandeling worden genomen.