ECLI:NL:RBROT:2011:BR3561
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke belangenverstrengeling
In deze civiele zaak tussen [XX] B.V. en [YY] B.V. heeft een rechter van de rechtbank Rotterdam op eigen verzoek zich willen verschonen van verdere behandeling van de zaak. De reden was een vermoeden dat de statutair directeur van de gedaagde partij de grootvader is van haar buurmeisje, die regelmatig bij haar over de vloer komt. Dit leidde tot een mogelijke belangenverstrengeling.
De meervoudige kamer voor verschoningszaken heeft het verzoek behandeld op 18 juli 2011, waarbij geen partijen of hun advocaten aanwezig waren. De advocaat van de gedaagde partij zag geen aanleiding om op het verzoek te reageren. De kamer overwoog dat hoewel er geen aanwijzingen waren voor subjectieve onpartijdigheidsschending, het feit dat de rechter zelf het verzoek indiende een zwaarwegende aanwijzing vormt dat de vrees voor schending van onpartijdigheid objectief gerechtvaardigd is.
Op grond hiervan werd het verzoek tot verschoning toegewezen. Dit waarborgt de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht in deze procedure. De beslissing werd uitgesproken op 29 juli 2011 door de meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, en ondertekend door de jongste rechter en griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van onpartijdigheid.