ECLI:NL:RBROT:2011:BR4189
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- E.F.C. Francken
- J.L.S.M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt aanwijzing DNB aan pensioenfonds wegens niet-naleving prudent person-regel en tekortkomingen bedrijfsvoering
De Nederlandsche Bank (DNB) gaf het pensioenfonds PME een aanwijzing op grond van artikel 171 van Pro de Pensioenwet, omdat het fonds niet voldeed aan de prudent person-regel en andere wettelijke voorschriften. DNB stelde dat het fonds onvoldoende risicobeheersing had, onvoldoende deskundigheid om haar fiduciair vermogensbeheerder te controleren, en dat de liquiditeit en diversificatie van de beleggingsportefeuille niet waren gewaarborgd.
PME betwistte de overtredingen en de bevoegdheid van DNB tot het geven van de aanwijzing, maar de rechtbank oordeelde dat de vastgestelde tekortkomingen terecht waren vastgesteld. De rechtbank wees het verzoek om een deskundige te benoemen af en verwierp het betoog dat DNB niet op redelijke gronden de aanwijzing had gegeven.
De rechtbank benadrukte dat de prudent person-regel inhoudt dat de portefeuille als geheel moet worden beoordeeld op veiligheid, kwaliteit, liquiditeit en rendement, en dat ook de onderdelen van de portefeuille afzonderlijk relevant zijn. Het pensioenfonds had geen betrouwbaar waarderingsmodel voor complexe beleggingen en kon daardoor de risico’s niet adequaat inschatten.
Verder concludeerde de rechtbank dat DNB niet onrechtmatig had gehandeld door de aanwijzing te geven, ook niet wanneer dit gevolgen had voor contractuele relaties met derden. Het beroep van PME werd daarom ongegrond verklaard en DNB’s aanwijzing bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van het pensioenfonds tegen de aanwijzing van DNB wordt ongegrond verklaard.