ECLI:NL:RBROT:2011:BR7031
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering goodwillvergoeding specialist tegen maatschap en zorgstichting
De zaak betreft een vordering van een plastisch chirurg ([eiser]) tegen een maatschap plastische chirurgie ([gedaagde 1] c.s.) en de stichting Rivas Zorggroep (Rivas). [Eiser] vordert een schadevergoeding wegens gederfde goodwill omdat de maatschap zijn praktijk in het Beatrixziekenhuis (BZ) zou hebben overgenomen zonder vergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de vordering jegens Rivas niet ontvankelijk is vanwege een arbitraal beding in de Toelatingsovereenkomst tussen [eiser] en Rivas, dat geschillen aan het Scheidsgerecht Gezondheidszorg toewijst. De oproeping van Rivas als derde partij op grond van artikel 118 Rv Pro wordt afgewezen.
Ten aanzien van de maatschap stelt de rechtbank vast dat er geen onrechtmatige daad is begaan. De maatschap heeft de praktijk na beëindiging van de overeenkomst tussen [eiser] en Rivas voortgezet zonder onrechtmatig jegens [eiser] te handelen. Ook is geen ongerechtvaardigde verrijking vastgesteld, mede omdat de praktijk per 1 januari 2011 niet meer gelijk was aan die van [eiser] per 1 september 2009.
De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] af en veroordeelt hem in de proceskosten. De kostenveroordeling komt ten gunste van alle gedaagden, met nadere onderlinge verrekening.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de specialist af en veroordeelt hem in de proceskosten.