ECLI:NL:RBROT:2011:BR7067
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot betaling aan faillissementsboedel van bedragen verkregen buiten faillissement om
De curator in het faillissement van Europa West-Indië Lijnen B.V. vordert dat Seacastle, gevestigd in de Verenigde Staten, een bedrag van €298.222,24 aan de faillissementsboedel betaalt. Dit bedrag betreft een uitbetaling die Seacastle ontving na het faillissement van EWL, verkregen via een Rule B Attachment in New York.
Seacastle voerde aan dat artikel 203 Faillissementswet Pro niet op haar van toepassing is omdat zij in de Verenigde Staten is gevestigd en zich heeft verhaald op vermogensbestanddelen die aan haar bij voorrang verbonden zouden zijn volgens het Amerikaanse recht. De rechtbank oordeelt dat artikel 203 Fw Pro een regel van Nederlands faillissementsrecht is die ook geldt voor vermogensbestanddelen buiten Nederland, tenzij de buitenlandse rechtsorde zich daartegen verzet.
De rechtbank stelt vast dat de Rule B Attachment in de Verenigde Staten is gelegd en dat het faillissement van EWL in Nederland geen rechtstreekse werking heeft in de VS. Desondanks is Seacastle verplicht het ontvangen bedrag aan de Nederlandse faillissementsboedel te betalen, omdat het bedrag na faillietverklaring is ontvangen en niet vooraf aan haar was verbonden in de zin van artikel 203 Fw Pro.
De vordering van de curator wordt toegewezen, met veroordeling van Seacastle tot betaling van het bedrag vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad onder de voorwaarde dat de curator zekerheid stelt voor terugbetaling indien het vonnis wordt vernietigd.
Uitkomst: Seacastle is veroordeeld tot betaling van €298.222,24 aan de faillissementsboedel van Europa West-Indië Lijnen B.V.