ECLI:NL:RBROT:2011:BR7085
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Lidmaatschap inkoopcoöperatie en winstuitkering over lopend boekjaar
De zaak betreft een geschil tussen een besloten vennootschap, rechtsopvolger van een lid van de coöperatie NPRC, en de coöperatie zelf over de winstuitkering over het boekjaar 2007/2008.
Eiseres stelde dat het lidmaatschap van haar rechtsvoorganger pas eind maart 2009 eindigde, ondanks een opzegging per 15 februari 2008, en dat zij daarom recht heeft op winstuitkering over het gehele boekjaar. NPRC stelde dat het lidmaatschap per 29 februari 2008 was beëindigd en dat de winstuitkering terecht niet aan eiseres was toegekend.
De rechtbank oordeelde dat de statuten en de overeenkomst een lidmaatschap van een jaar voorschrijven dat stilzwijgend wordt verlengd, en dat de opzegging pas per 1 april 2009 effect sorteert. De brief van NPRC van 15 februari 2008 bevatte geen geldige onmiddellijke beëindiging. Ook was er geen bewijs dat eiseres de brief tijdig had ontvangen. NPRC kon het verweer van eigen schuld niet aannemen.
De rechtbank veroordeelde NPRC tot betaling van € 14.417,50 winstuitkering, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 juni 2009, en in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: NPRC wordt veroordeeld tot betaling van € 14.417,50 winstuitkering plus rente en proceskosten aan eiseres.