ECLI:NL:RBROT:2011:BS8898
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opzegging erfpacht wegens ernstige tekortkoming en waardebepaling vergoeding
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en de Gemeente Rotterdam over de opzegging van een erfpacht op een perceel met daarop een bedrijfshal. De Gemeente heeft de erfpacht opgezegd wegens ernstige tekortkoming, namelijk de aanwezigheid van een hennepkwekerij, wat strijdig is met de bestemming en gevaar oplevert voor de omgeving.
De rechtbank oordeelt dat de opzegging rechtmatig is omdat de aanwezigheid van de hennepkwekerij een ernstige tekortkoming vormt in de zin van artikel 5:87 lid 2 BW Pro. Het beroep van [eiser] op redelijkheid en billijkheid faalt omdat hij willens en wetens de overtreding heeft gedoogd.
Wat betreft de vergoeding voor het erfpachtsrecht stelt de rechtbank dat deze moet worden vastgesteld op de waarde van het erfpachtsrecht op het moment van het einde van de erfpacht, rekening houdend met de opstalwaarde en de illegale bouwdelen. De rechtbank wijst een deskundige aan om deze waarde te bepalen en houdt verdere beslissingen aan totdat het deskundigenbericht is ontvangen.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat [eiser] bevoegd is om namens de pandhouder ING de vordering te stellen en betalingen te ontvangen, omdat ING hiervoor toestemming heeft gegeven. De vorderingen van [eiser] tot vergoeding worden gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen, met name de vergoeding op grond van artikel 5:99 BW Pro wordt niet toegewezen vanwege de exclusieve werking van artikel 5:87 lid 2 BW Pro.
Uitkomst: De opzegging van de erfpacht wegens aanwezigheid van een hennepkwekerij is rechtmatig; de vergoeding voor het erfpachtsrecht inclusief opstallen wordt vastgesteld door een deskundige.