ECLI:NL:RBROT:2011:BT1506
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitvoerbaarverklaring Frans arrest inzake Russische vonnissen
In deze civiele zaak verzet een Nederlandse partij zich tegen de uitvoerbaarverklaring in Nederland van een Frans arrest dat twee Russische vonnissen uitvoerbaar verklaart. De Franse procedure betrof een exequaturprocedure waarbij de Franse rechter marginaal toetste aan voorwaarden zoals bevoegdheid, openbare orde en geen wetsontduiking, zonder inhoudelijke beoordeling van de Russische vonnissen.
De Nederlandse partij betoogt dat het Franse arrest als een exequaturbeslissing moet worden aangemerkt en daarom niet zelfstandig uitvoerbaar is in Nederland op grond van artikel 38 lid 1 van Pro de EEX-Verordening. De voorzieningenrechter had eerder toestemming gegeven voor tenuitvoerlegging, maar dit besluit wordt door de rechtbank Rotterdam vernietigd.
De rechtbank overweegt dat het Franse arrest nauw verwant is aan een zuivere exequaturbeslissing en dat de EEX-Verordening niet voorziet in directe uitvoerbaarheid van dergelijke beslissingen. Hierdoor wordt voorkomen dat een arrest uit een derde staat via een lidstaat in alle lidstaten kan worden tenuitvoer gelegd, wat forum shopping en ondermijning van nationale autonomie zou veroorzaken.
De rechtbank wijst het verzoek om aanhouding van de procedure af, vernietigt de beschikking van de voorzieningenrechter en veroordeelt Gazprombank in de proceskosten. De cassatieprocedure in Frankrijk loopt nog, maar heeft geen opschortende werking op deze beslissing.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking tot uitvoerbaarverklaring van het Franse arrest en wijst het verzet toe.