ECLI:NL:RBROT:2011:BT2349
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.N. van Zelm van Eldik
- W.P. Sprenger
- P.A.M. van Schouwenburg-Laan
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en toepasselijkheid vervoerscondities bij beschadiging machines tijdens zeevervoer
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid centraal van Seatrade Rotterdam B.V. en B.V. Spring Tiger voor schade aan machines die tijdens zeevervoer beschadigd raakten doordat zij bovendeks werden vervoerd terwijl onderdeks vervoer was overeengekomen. ASR Verzekeringen, als subrogant van de benadeelden, vordert vergoeding van de schade, inclusief buitengerechtelijke kosten en expertisekosten.
De rechtbank stelt vast dat IFC, handelend als afzender in eigen naam, een vervoerovereenkomst met Seatrade heeft gesloten. De machines moesten volgens de overeenkomst onderdeks vervoerd worden. Seatrade en Spring Tiger betwisten hun aansprakelijkheid en stellen onder meer dat Seatrade slechts als agent van de vervoerder optrad en dat het vervoer aan de Hague Rules is onderworpen, met beperkte aansprakelijkheid.
De rechtbank overweegt dat Seatrade voorshands als vervoerder moet worden aangemerkt tenzij zij tegenbewijs levert. De vervoerscondities zijn niet aantoonbaar voorafgaand aan de overeenkomst aan IFC toegezonden, waardoor hun toepasselijkheid onzeker is. Desondanks is het overeengekomen onderdeks vervoer bindend en is het bovendeks vervoer onrechtmatig. De aansprakelijkheid van Spring Tiger is beperkt tot het bedrag volgens de Hague Rules. De rechtbank draagt bewijslevering op en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Seatrade wordt voorshands als vervoerder aangemerkt en aansprakelijk gehouden voor schade door bovendeks vervoer; bewijslevering wordt opgedragen en verdere beslissing aangehouden.