ECLI:NL:RBROT:2011:BT2434
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onvoldoende bewijs onrechtmatige daad chauffeur
Eiseressen, twee Duitse vennootschappen, vorderden schadevergoeding van gedaagde, een Nederlandse BV, wegens een onrechtmatige daad gepleegd door diens chauffeur. De rechtbank had eiseressen opgedragen bewijs te leveren dat de chauffeur de verkeersregels had overtreden, zoals het nemen van een bocht met een te hoge snelheid of het afsnijden van een bocht zonder snelheid aan te passen.
Eiseressen kondigden aan getuigen te willen horen, maar maakten geen gebruik van de ruime termijn om deze aan te geven en verhinderdata door te geven. Op 29 augustus 2011 verklaarden zij via het roljournaal dat zij op dat moment geen getuigenbewijs wilden leveren. De rechtbank oordeelde dat deze mededeling niet leidde tot een verlenging van de termijn en dat eiseressen daarmee in feite afstand deden van het leveren van getuigenbewijs.
Omdat eiseressen geen schriftelijk bewijs hadden geleverd en ook geen getuigen hadden aangewezen, kon de rechtbank niet vaststellen dat de chauffeur een fout had gemaakt. De vorderingen werden daarom afgewezen en eiseressen werden veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. Het vonnis werd uitgesproken door mr. W.P. Sprenger op 21 september 2011.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens het niet leveren van bewijs dat de chauffeur een fout heeft gemaakt.