ECLI:NL:RBROT:2011:BT6750
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in civiele procedure Rotterdam
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij een civiele procedure tegen een vennootschap. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid en het uitoefenen van druk om tot een schikking te komen.
De rechtbank heeft het proces-verbaal van de comparitie van partijen onderzocht, waarin de rechter de bewijsposities en bewijsrisico's met partijen besprak. De rechter gaf een voorlopig oordeel over de bewijslastverdeling, wat binnen de normale procedurele gang van zaken valt.
De rechtbank overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zwaarwegende aanwijzingen geven voor vooringenomenheid. Deze omstandigheden zijn niet aangetoond. De rechter heeft geen ongeoorloofde druk uitgeoefend en de vrees voor vooringenomenheid is niet objectief gerechtvaardigd.
Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 5 oktober 2011.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde aanwijzingen voor vooringenomenheid.