ECLI:NL:RBROT:2011:BT6857
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeraar moet prolongatieprovisie betalen aan curator na faillissement tussenpersoon
Vivalis B.V. was als verzekeringstussenpersoon verbonden aan verzekeraar TAF B.V. via een overeenkomst waarin onder meer provisiebetalingen waren geregeld. Vivalis werd op 23 maart 2010 failliet verklaard, waarna de curator de portefeuille verkocht aan een andere tussenpersoon. Taf betaalde vanaf 1 juli 2010 provisie aan de nieuwe tussenpersoon, maar niet over de maanden maart, april en mei 2010 aan de curator.
De curator vorderde een verklaring voor recht dat hij aanspraak kon maken op de prolongatieprovisie over deze maanden, een voorschot van €24.000, inzicht in de provisiehoogte en proceskosten. Taf voerde verweer dat de overeenkomst niet voorzag in verplichting tot prolongatieprovisie na faillissement en dat de curator geen beheeractiviteiten meer verrichtte, waardoor zij opschorting van betaling mocht toepassen.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst niet was opgezegd en dat prolongatieprovisie een gebruikelijke inkomstenbron is zolang de polis loopt. Taf had geen tijdig beroep gedaan op opschorting en had onvoldoende onderbouwd dat zij betaling aan beheeractiviteiten had gekoppeld. De curator was niet tekortgeschoten in nakoming. Daarom werd Taf veroordeeld tot betaling van het voorschot, het verstrekken van een gespecificeerd overzicht en de proceskosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en dwangsommen werden gematigd. Dit bevestigt dat prolongatieprovisie ook na faillissement aan de curator toekomt zolang de overeenkomst niet is beëindigd.
Uitkomst: De verzekeraar wordt veroordeeld tot betaling van prolongatieprovisie over maart tot en met mei 2010 aan de curator.