ECLI:NL:RBROT:2011:BU3102
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bank mag contante waarde niet vorderen bij afwikkeling krediet na overlijden ondernemer
De Erven van een overleden ondernemer hebben de onderneming verkocht en de bank vorderde betaling van de uitstaande schuld inclusief een vergoeding van de contante waarde bij vervroegde aflossing. De Erven stelden dat deze vergoeding onredelijk was en dat de bank onvoldoende had geïnformeerd over deze kosten.
De bank stelde dat zij bevoegd was tot opzegging en dat de vergoeding contractueel was vastgelegd, maar erkende dat de Erven en kopers niet op de hoogte waren van de contante waarde vergoeding. De rechtbank oordeelde dat de bank haar zorgplicht had geschonden door de Erven niet tijdig en duidelijk te informeren over de vergoeding, waardoor zij er niet op konden rekenen.
De rechtbank vond het onaanvaardbaar dat de bank zich op het contractuele beding beroept zonder de Erven adequaat te informeren, mede gezien hun positie als minderjarige erfgenamen en de noodzaak van de overname. De vordering van de bank tot betaling van de contante waarde werd afgewezen en de bank werd veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen en proceskosten.
Uitkomst: De bank is veroordeeld tot terugbetaling van de contante waarde en wettelijke rente, en mag deze vergoeding niet vorderen van de erfgenamen.