ECLI:NL:RBROT:2011:BU9545
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Lokven-van der Meer
- Frima
- Van Dort
- Rechtspraak.nl
Verdeling pensioenrechten na echtscheiding op grond van Boon/Van Loon-arrest
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen van 1971 tot 1983 en zijn gescheiden bij vonnis in 1983. De vrouw vordert een nadere verdeling van de pensioenrechten die tijdens het huwelijk zijn opgebouwd, met name die van de man, omdat deze niet in de boedelverdeling zijn meegenomen.
De man voert verweer dat de vordering verjaard is op grond van artikel 3:306 BW Pro, maar de rechtbank oordeelt dat deze verjaring niet van toepassing is op een vordering tot verdeling van pensioenrechten. De pensioenrechten zijn namelijk overgeslagen goederen die nog steeds deel uitmaken van de gemeenschap en kunnen te allen tijde worden verdeeld.
De rechtbank bepaalt dat de pensioenrechten tot 16 maart 1983 aan de man worden toegedeeld, met verrekening van de helft van de waarde aan de vrouw. De man wordt veroordeeld om mee te werken aan de verdeling en de verschuldigde bedragen aan de vrouw te betalen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot nadere verdeling van pensioenrechten toe en veroordeelt de man tot medewerking en betaling aan de vrouw.