ECLI:NL:RBROT:2011:BV1952
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht in civiele procedure over onrechtmatige daad bij hasjsmokkel en schadevergoeding
Eiser vordert schadevergoeding van gedaagde wegens onrechtmatige daad, omdat gedaagde zonder medeweten van eiser 71 kilogram hasj in diens auto verstopt zou hebben, waarna eiser in Spanje werd veroordeeld en gevangen gezet. Eiser stelt dat gedaagde misbruik heeft gemaakt van zijn vertrouwen en daardoor materiële en immateriële schade heeft geleden.
Gedaagde betwist de betrokkenheid bij de hasjsmokkel en ontkent de ontmoeting en het lenen van de auto. De rechtbank oordeelt dat op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro de bewijslast bij eiser ligt. Eiser wordt toegelaten tot het leveren van bewijs, onder meer door getuigenverklaringen.
Een voorgenomen eiswijziging van eiser, gericht op nakoming van een vermeende overeenkomst, wordt niet toegestaan wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank draagt eiser op bewijs te leveren van de gestelde feiten, waaronder het uitlenen van de auto, het plaatsen van de hasj door gedaagde en het uitstappen van gedaagde vlak voor de douanecontrole.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan in afwachting van bewijslevering en regelt de planning van getuigenverhoren. De procedure betreft een civiele vordering tot schadevergoeding na een strafrechtelijke veroordeling van eiser in Spanje wegens hasjsmokkel.
Uitkomst: Rechtbank draagt eiser op bewijs te leveren van betrokkenheid gedaagde bij hasjsmokkel; voorgenomen eiswijziging wordt afgewezen.