ECLI:NL:RBROT:2011:BV1961
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst bouwwerkzaamheden en bewijsopdracht over openstaande facturen
In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van € 25.531,50 voor bouwwerkzaamheden verricht door haar bedrijf aan gedaagde, Stenen Beheer Groep B.V. (SBG). Eiseres stelt dat SBG nog openstaande facturen heeft voor werkzaamheden tot en met week 46 van 2007, terwijl SBG betwist dat alle facturen zijn betaald en ook de omvang van de werkzaamheden na week 43 betwist.
SBG voert een niet-ontvankelijkheidsverweer met betrekking tot de vorderingsgerechtigheid van eiseres op grond van Pools recht en stelt dat eiseres niet aan haar substantiëringsplicht heeft voldaan. De rechtbank verwerpt deze verweren omdat eiseres voldoende bewijsstukken heeft overgelegd, waaronder beëdigde vertalingen van Poolse documenten die haar vorderingsgerechtigheid bevestigen.
De rechtbank stelt vast dat SBG de bewijslast draagt voor haar stelling dat alle facturen tot en met week 43 zijn betaald. Daarnaast moet eiseres het bewijs leveren dat de uren voor de bouwwerkzaamheden in de weken 44, 45 en 46 daadwerkelijk zijn gemaakt zoals gefactureerd. De rechtbank wijst het verweer van SBG dat het werk meerwerk betreft waarvoor geen toestemming is gegeven af, omdat dit niet is onderbouwd.
De rechtbank draagt partijen op om het bewijs te leveren, onder meer door getuigen te laten horen, en houdt verdere beslissing aan totdat dit bewijs is geleverd. De vordering tot betaling van € 2.000 voor werkzaamheden na week 43 acht de rechtbank in ieder geval toewijsbaar.
Uitkomst: Niet-ontvankelijkheidsverweer en verweer substantiëringsplicht verworpen; bewijsopdracht aan partijen voor betaling openstaande facturen.