ECLI:NL:RBROT:2011:BV9536
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing Colportagewet en toetsing onredelijk bezwarend beding in overeenkomst informaticadiensten
Op 16 augustus 2007 sloten Proximedia en een kleine zelfstandige een overeenkomst voor informaticaprestaties, waaronder levering van een computer, internetverbinding en websiteontwikkeling. De zelfstandige, werkzaam zonder personeel in een kapperszaak, wilde de overeenkomst ontbinden vanwege slechte financiële situatie, maar deed dit ruim drie maanden na het sluiten van de overeenkomst.
De rechtbank beoordeelde of de Colportagewet via reflexwerking ook op deze kleine zelfstandige van toepassing is. Geconcludeerd werd dat de zelfstandige materieel niet of nauwelijks van een consument te onderscheiden is, waardoor de bescherming van de Colportagewet en de Richtlijn oneerlijke bedingen van toepassing is. De ontbinding van de overeenkomst was echter niet tijdig en de reflexwerking van de Colportagewet kon niet slagen.
Vervolgens werd ambtshalve getoetst of het beding in artikel 7.1 van de overeenkomst, dat een verbrekingsvergoeding van 60% van de resterende maandtermijnen voorschrijft, onredelijk bezwarend is. De rechtbank oordeelde dat dit beding niet onredelijk bezwarend is, omdat Proximedia voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vergoeding redelijk is gezien de gemaakte kosten en gederfde winst. De gevorderde vergoeding, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente werden toegewezen, terwijl de gevorderde contractuele rente werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de kleine zelfstandige tot betaling van de vordering van Proximedia inclusief een redelijke verbrekingsvergoeding en kosten.