ECLI:NL:RBROT:2011:BX4093
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens handel in verdovende middelen vanuit gehuurde woning
Een woonstichting heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om ontbinding van de huurovereenkomst van een woning, omdat de zoon van de verhuurster vanuit die woning in verdovende middelen zou handelen. De huurovereenkomst dateert van 1991 en is onderworpen aan algemene bepalingen die het gebruik van de woning als woonruimte voorschrijven en het verbod op het uitoefenen van een bedrijf zonder toestemming.
De politie heeft op 29 oktober 2010 een actie gehouden waarbij onder meer cocaïne en verpakkingsmateriaal in de woning en op een scooter zijn aangetroffen. Diverse processen-verbaal en verklaringen van aangehouden verdachten wijzen erop dat de zoon vanuit de woning drugs verhandelde. De woonstichting heeft de verhuurster schriftelijk medegedeeld dat zij tekortschiet in haar verplichtingen en de huurovereenkomst wil ontbinden.
De verhuurster betwist dat zij op de hoogte was van de drugshandel en voert aan dat zij redelijkerwijs niet van de handel had kunnen weten. Zij verzet zich tegen het gebruik van het politiedossier als bewijs en stelt dat ontbinding niet gerechtvaardigd is, althans dat bijzondere omstandigheden ontbinding onaanvaardbaar maken.
De kantonrechter overweegt dat de verhuurster aansprakelijk is voor gedragingen van personen die met haar goedvinden het gehuurde gebruiken, indien zij daarvan op de hoogte was of daarmee rekening moest houden en geen maatregelen trof. De woonstichting draagt de bewijslast dat de zoon vanuit de woning handelt, en de verhuurster mag tegenbewijs leveren. Ook geldt dat de woonstichting bewijslast draagt dat de verhuurster op de hoogte was of daarmee rekening moest houden. Het politiedossier wordt niet uitgesloten als bewijs. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting om partijen in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren.
Uitkomst: De beslissing wordt aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren over de handel in verdovende middelen en de kennis van verhuurster.