ECLI:NL:RBROT:2011:BY0329

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 11/1162 VTELEC - T1
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing voorlopige voorziening inzake publicatie boetebesluit OPTA

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 21 april 2011 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening van Nederlandse Energiemaatschappij B.V. tegen het besluit van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) tot publicatie van een boetebesluit.

Eerder was bij uitspraak van 27 september 2010 een voorlopige voorziening getroffen die de publicatie van het boetebesluit van 12 augustus 2010 opschortte. Dit beleid was gebaseerd op een tijdelijke mededeling van OPTA omtrent opschorting van het publicatiebeleid. Na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 november 2010 werd dit beleid verlaten.

De voorzieningenrechter stelt dat publicatie van het boetebesluit alleen kan worden verhinderd door een succesvol verzoek om voorlopige voorziening tegen het boetebesluit zelf, een dergelijk verzoek is echter niet ingediend. Daarom wordt de voorlopige voorziening ambtshalve opgeheven met ingang van 3 mei 2011. Het verzoek van Nederlandse Energiemaatschappij B.V. wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belang meer heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en de voorlopige voorziening wordt ambtshalve opgeheven per 3 mei 2011.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector Bestuursrecht
Voorzieningenrechter
Reg.nr.: AWB 11/1162 VTELEC - T1
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
gedaan op 21 april 2011
naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen
Nederlandse Energiemaatschappij B.V., gevestigd te Rotterdam, verzoekster,
gemachtigde: mr. J.M. de Heer, advocaat te Rotterdam,
en
het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, verweerder.
gemachtigde: mr. E.C. Pietermaat, advocaat te Den Haag.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 21 april 2011 heeft de voorzieningenrechter on¬mid¬del¬lijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.
Beslissing
De voorzieningenrechter,
recht doende:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk;
heft de bij uitspraak van 27 september 2010 in de zaak AWB 10/3290 TELEC getroffen voorlopige voorziening op met ingang van 3 mei 2011.
Gronden
Niet-ontvankelijkheid
Bij voormelde uitspraak van 27 september 2010 heeft de voorzieningenrechter verweerders besluit van 12 augustus 2010 geschorst, in welk besluit verweerder heeft aangekondigd een besluit van 5 juli 2010, strekkende tot oplegging van een boete aan verzoekster, te publiceren. Verweerder heeft bij besluit van 29 november 2010 verzoekster bezwaren tegen het besluit van 5 juli 2010 ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verweerder bij het thans bestreden besluit van 13 januari 2011 aangekondigd deze beslissing op bezwaar te publiceren. De beslissing op bezwaar van 29 november 2010, waarin de boete is gehandhaafd, heeft geen wijziging in het besluit van 5 juli 2010 te weeg gebracht, zodat de bij uitspraak van 27 september 2010 getroffen voorziening zich ook uitstrekt tot die beslissing op bezwaar. Nu verweerder als gevolg van die voorziening niet mag overgaan tot publicatie, heeft verzoekster geen belang bij het treffen van een voorlopige voorziening, zodat haar verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Opheffing voorziening 27 september 2010
Aan het geschorste besluit van 12 augustus 2010 lag de ‘Mededeling over opschorting beleid OPTA omtrent publicatie boetebesluiten’ ten grondslag. Deze mededeling had naar haar aard tijdelijke werking. Het op deze mededeling gebaseerde beleid is verlaten naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 november 2010, LJN BO3468. Deze uitspraak laat geen andere uitleg toe dan dat publicatie in beginsel slechts verhinderd kan worden door het indienen van een (succesvol) verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot oplegging van de boete. Een dergelijk verzoek is niet ingediend. Om die reden zal de voorzieningenrechter ambtshalve de getroffen voorziening opheffen. Teneinde verzoekster in de gelegenheid te stellen om een dergelijk verzoek - in ieder geval inhoudende een verzoek tot een verbod om het besluit tot het opleggen van de boete te publiceren - vóór het intreden van die opheffing in te dienen, zal worden bepaald dat de getroffen voorziening met ingang van 3 mei 2011 wordt opgeheven.
Aldus gedaan door mr. J.H. de Wildt, voorzieningenrechter, en door deze en B.P. Berger, griffier, ondertekend.
De griffier: De voorzieningenrechter:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.