Vestia verhuurt wooneenheden in het woongebouw ‘De Kerk’ te Rotterdam. Huurder [gedaagde] betwistte via de Huurcommissie de servicekosten over 2009, met name de posten inventaris/stoffering, kabeltelevisie en servicefonds. De Huurcommissie stelde de betalingsverplichting vast op €1.295,61 en oordeelde dat fondsvorming voor inventaris/stoffering niet is toegestaan.
Vestia vorderde wijziging van dit oordeel en stelde dat de afschrijvingstermijn van kookplaat en koelkast op tien jaar moet worden gesteld en dat fondsvorming wel is toegestaan. [gedaagde] stemde in met de langere afschrijvingstermijn, maar betwistte fondsvorming. Tevens stelde [gedaagde] een eigen vordering in reconventie, die niet binnen de wettelijke termijn werd ingesteld.
De rechtbank oordeelde dat de vordering in reconventie niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de termijn van acht weken na de uitspraak van de Huurcommissie. De afschrijvingstermijn van tien jaar voor kookplaat en koelkast werd bevestigd. Fondsvorming voor inventaris/stoffering werd niet toegestaan omdat de kosten niet relatief laag zijn en wel aan individuele wooneenheden toewijsbaar zijn. Proceskosten werden gecompenseerd.