Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
geheelkomt te vervallen. Consequentie hiervan is dat de kantonrechter reeds over alle punten die bij de huurcommissie aan de orde waren dient te beslissen en niet slechts over de punten die in de vordering (in conventie) zijn aangeduid. Dit is alleen anders voor zover de uitspraak van de huurcommissie zou behoren te worden gesplitst, omdat bij één uitspraak is beslist over punten waartussen geen samenhang bestaat, en de vordering (in conventie) niet op al die punten ziet. In dat uitzonderingsgeval zou dan voor een partij wél een vordering in reconventie nodig zijn om te bewerkstelligen dat de kantonrechter ook over andere punten beslist dan waarop de vordering in conventie ziet. Intussen acht ik de opvatting dat soms de uitspraak van de huurcommissie in deze zin moet worden gesplitst (met gevolgen voor de vraag of het voor een partij noodzakelijk is om een vordering in reconventie in te stellen), niet vanzelfsprekend juist.
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van de prejudiciële vragen
geheelkomt te vervallen en dat dus de kantonrechter alle punten zoals bij de huurcommissie aan de orde, dient te beslissen. Mijns inziens past dit uitgangspunt bij de aard van de procedure en is het ook praktisch goed hanteerbaar.
vorderingen) voor de omvang van de rechtsstrijd bij de kantonrechter bepalend is (zijn), dan noodzaken we beide partijen om precies in beeld te hebben op welke punten de huurcommissie in hun nadeel heeft beslist en in de formele vorm van een vordering aan de kantonrechter te vragen die punten opnieuw te overwegen. (Nemen we aan dat dit ook wat betreft een vordering in reconventie binnen de achtwekentermijn moet plaatsvinden, dan is dit uiteraard éxtra bezwaarlijk.) Mijns inziens stellen we zo te hoge eisen aan de assertiviteit en het juridisch inzicht van de huurder respectievelijk van de verhuurder (die geen professionele verhuurder behoeft te zijn).
verweerwel ten volle door de kantonrechter in de beoordeling moet worden betrokken. [21] Mogelijk valt die opvatting nog nader te nuanceren met elementen van de positieve zijde van de devolutieve werking van het hoger beroep. Ik meen echter dat we die weg niet op moeten, omdat een dergelijk subtiel stelsel slecht past bij een procedure zonder verplichte rechtsbijstand.
beidepartijen) in een deel van de uitspraak van de huurcommissie hebben berust. Kan dit gedeelte van de overige inhoud van die uitspraak worden afgesplitst, dan treedt de binding van partijen aan de uitspraak van de huurcommissie in zoverre meteen in. Ervan uitgaande dat op de berusting ten processe een beroep wordt gedaan en de kantonrechter die berusting vaststelt, is daarvan de consequentie dat de kantonrechter in zoverre niet beslist; hij beslist slechts over alle punten waarvoor niet geldt dat partijen in de uitspraak van de huurcommissie hebben berust. Zo opgevat leidt het ontbreken van samenhang tussen diverse van de door de huurcommissie besliste punten niet tot splitsing. In de opvatting van de wetgever kan berusting door beide partijen ertoe leiden dat een deel van de uitspraak van de huurcommissie hen reeds bindt. In dát verband is de splitsbaarheid van die uitspraak aan de orde: alleen indien het gedeelte van de uitspraak waarin partijen hebben berust van de overige inhoud van die uitspraak kan worden afgesplitst, is het werkbaar om aan te nemen dat partijen in zoverre aan de uitspraak van de huurcommissie gebonden zijn.
4.Beantwoording van de prejudiciële vragen
eerste prejudiciële vraagluidt als volgt:
tweede prejudiciële vraagluidt:
derde prejudiciële vraagluidt:
vierde prejudiciële vraagluidt
:
vijfde prejudiciële vraagluidt: