Uitspraak
RECHTBANK DORDRECHT
vonnis van de kantonrechter te Gorinchem van 10 december 2012
[naam eiser] ,
Verloop van de procedure
Omschrijving van het geschil
'HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE en andere
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak staat centraal of een schriftelijke huurovereenkomst betrekking heeft op kantoor- en bedrijfsruimte of op woonruimte. De huurovereenkomst betreft de eerste verdieping van een pand in Gorinchem met een maandelijkse huurprijs van €1247,88. De overeenkomst is uitdrukkelijk bestemd voor kantoorruimte en andere bedrijfsruimte conform artikel 7:230 BW Pro.
Gedaagde betwist dit en stelt dat hij het gehuurde als woonruimte heeft gebruikt en dat hij de huur reeds in januari 2011 heeft opgezegd met ingang van 1 september 2011. Eiser vordert ontbinding, ontruiming en betaling van achterstallige huur, rente en kosten tot het einde van de contractperiode in februari 2013.
De kantonrechter stelt dat de schriftelijke overeenkomst dwingend bewijs levert dat het om kantoorruimte gaat, maar gedaagde mag tegenbewijs leveren dat de werkelijke bedoeling woonruimte was. Ook mag hij bewijzen dat hij de huur eerder heeft opgezegd. Verrekeningsverweren van gedaagde worden gepasseerd wegens onvoldoende bewijs. De zaak wordt aangehouden om gedaagde gelegenheid te geven bewijs te leveren, waaronder getuigenverklaringen, waarna de procedure wordt voortgezet.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden om gedaagde de gelegenheid te geven tegenbewijs te leveren over de aard van de huurovereenkomst en de opzegging.