ECLI:NL:GHDHA:2014:85

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 januari 2014
Publicatiedatum
27 januari 2014
Zaaknummer
200.128.787-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 347 lid 1 RvArt. 4.2 SORArt. 4.4 SORArt. 3.2 SORArt. 3.3 SOR
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnissen kantonrechter in second opinion procedure

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen vonnissen van de kantonrechter te Gorinchem, die in eerste aanleg een beslissing namen waar appellant het niet mee eens was. Tijdens de procedure is een comparitie gehouden en is namens beide partijen toestemming gevraagd voor toepassing van de Second Opinion-regeling, welke is toegestaan.

Het hof heeft de stukken van de eerste aanleg bestudeerd en sluit zich aan bij de overwegingen van de kantonrechter. Gezien artikel 4.2 van het Second Opinion Reglement is geen nadere motivering vereist. Het hoger beroep wordt afgewezen en de bestreden vonnissen worden bekrachtigd.

Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, die beperkt zijn tot het griffierecht en één punt volgens het liquidatietarief, omdat een comparitie heeft plaatsgevonden. Hiermee komt het hof niet toe aan de door appellant ingestelde terugbetalingsvordering.

Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de vonnissen van de kantonrechter en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel Recht
Zaaknummer : 200.128.787/01
Zaak-/rolnummer rechtbank : 305480 CV EXPL 12-1320

Arrest van 21 januari 2014

In de zaak van

[appellant],

wonende te Gorinchem,
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. H. Folkers te Gorinchem,
tegen

[geïntimeerde],

wonende te Sleeuwijk,
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. A.A.S. Wiesmeier-[geïntimeerde] te ’s-Gravenhage.

Het verdere verloop van het geding

Verwezen wordt naar het tussenarrest van 3 september 2013 waarin een comparitie na
aanbrengen is bevolen. Ter comparitie, die heeft plaatsvonden op 6 december 2013, is
namens beide partijen toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben
de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het
Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is
toegestaan, waarna arrest is bepaald op heden.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

1.
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Zoals in het SO-formulier van [appellant] staat vermeld, luidt zijn enige grief dat de rechtbank Dordrecht (sector kanton, locatie Gorinchem)/de rechtbank Rotterdam (kantonrechter, zittinghoudende te Gorinchem) – hierna ook: de kantonrechter – in het tussenvonnis van 10 december 2012 en het eindvonnis van 11 maart 2013 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen hij in eerste aanleg had geconcludeerd.
2.
Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering. Onder deze omstandigheden komt het hof niet toe aan de door [appellant] in zijn appeldagvaarding ingestelde terugbetalingsvordering.
3.
Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde] betaalde griffiegeld van € 683,- en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief (€ 1.158,-)

Beslissing

Het gerechtshof:
- bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Dordrecht (sector kanton, locatie Gorinchem)/de rechtbank Rotterdam (kantonrechter, zittinghoudende te Gorinchem) van 10 december 2012 en 11 maart 2013;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 1.841,-, waarvan € 683,- voor verschotten en € 1.158,- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, M.J. van der Ven en M.Y. Bonneur; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2014 in aanwezigheid van de griffier.