ECLI:NL:RBROT:2012:BV1966
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente en kredietbank wegens onrechtmatige beëindiging schuldhulpverlening
Eiser vordert vergoeding van schade wegens voortijdige beëindiging van schuldhulpverlening door gemeente Vlaardingen en Stichting Kredietbank Nederland. De schuldhulpverlening was gebaseerd op een overeenkomst tussen eiser en de bank, waarbij de bank namens de gemeente schulden trachtte te regelen volgens de Gedragscode Schuldregeling NVVK.
Na een incident waarbij eiser agressief gedrag vertoonde (gooien met een dossier), beëindigde de gemeente de schuldhulpverlening en gaf zij opdracht aan de bank de gereserveerde gelden aan schuldeisers uit te keren. Eiser was hierover niet geïnformeerd en had geen machtiging gegeven. De bank handelde op instructie van de gemeente en keerde het bedrag van €9.086,05 uit, terwijl de overeenkomst en Gedragscode voorschreven dat deze gelden vier maanden in depot gehouden moesten worden om eiser de mogelijkheid te geven een wettelijke schuldsanering (WSNP) aan te vragen.
De rechtbank oordeelt dat het gooien met het dossier een redelijke opzeggingsgrond vormt, waardoor de beëindiging van de schuldhulpverlening rechtmatig was. Echter, het voortijdig uitkeren van de gereserveerde gelden door de bank op instructie van de gemeente is onrechtmatig en vormt een toerekenbare tekortkoming. Hierdoor is eiser de kans ontnomen om binnen de termijn een minnelijk akkoord of WSNP-traject te starten.
Gemeente en bank kunnen zich niet beroepen op exoneratiebedingen, gezien hun publiekrechtelijke taak en de toepasselijkheid van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank wijst partijen aan om in een comparitie de omvang van de schade en mogelijke schikking te bespreken.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beëindiging van de schuldhulpverlening rechtmatig was, maar dat de voortijdige uitkering van gelden onrechtmatig is en houdt de zaak aan voor een comparitie over schade en schikking.