ECLI:NL:RBROT:2012:BV2668
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot goedkeuring afwijkende huurbedingen in franchiseovereenkomst wasstraat
De zaak betreft een verzoek van partijen tot goedkeuring van afwijkende bedingen in een franchiseovereenkomst met betrekking tot een wasstraat, waarbij tevens een (onder)huurrelatie is betrokken. De kantonrechter beoordeelt of de overeenkomst als huurovereenkomst van bedrijfsruimte kan worden aangemerkt en of de afwijkingen van dwingendrechtelijke bepalingen in Boek 7 BW goedgekeurd kunnen worden.
Uit de feiten blijkt dat verzoekster eigenaar is van de wasstraat en hoofdhuurder van het terrein, dat zij onderverhuurt aan medeverzoeker, de franchisenemer. De franchiseovereenkomst bevat bedingen die onder meer automatische ontbinding van de (onder)huurovereenkomst koppelen aan beëindiging van de franchiseovereenkomst en onmiddellijke beëindiging zonder rechterlijke tussenkomst mogelijk maken.
De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst kenmerken van een huurovereenkomst vertoont en dat de bedingen in strijd zijn met dwingendrechtelijke bepalingen, zoals artikel 7:231 BW Pro dat ontbinding alleen via de rechter toestaat. Ook worden rechten uit afdeling 6 van Boek 7 BW wezenlijk aangetast zonder compensatie, en is de maatschappelijke positie van de huurder onvoldoende sterk om de wettelijke bescherming achterwege te laten.
Daarom wordt het verzoek tot goedkeuring van de afwijkende bedingen afgewezen. De kosten van de procedure worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het verzoek tot goedkeuring van afwijkende huurbedingen in de franchiseovereenkomst wordt afgewezen.