ECLI:NL:RBROT:2012:BV7968
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Rotterdam stelt eiser in de gelegenheid tot reactie op te late griffierechtbetaling
De zaak betreft een procedure tussen De Klare Lijn B.V. als eiseres en Maeyveld B.V. als gedaagde. De Klare Lijn heeft het griffierecht niet tijdig voldaan, terwijl dit volgens artikel 3 lid 3 Wgbz Pro binnen vier weken na de eerste uitroeping van de zaak had moeten gebeuren. De eerste uitroeping vond plaats op 28 december 2011, waardoor de betaling uiterlijk 25 januari 2012 had moeten plaatsvinden.
De griffierechtbetaling werd uiteindelijk op 13 februari 2012 voldaan, dus te laat. Artikel 127a, tweede lid, Rv bepaalt dat de gedaagde wordt ontslagen van instantie als sanctie voor het niet of te laat betalen van griffierecht. Echter, artikel 127a, derde lid, Rv bevat een hardheidsclausule die in bijzondere gevallen een uitzondering kan maken.
De rechtbank sluit niet uit dat de te late betaling het gevolg is van een misverstand of dat De Klare Lijn een beroep kan doen op de hardheidsclausule. Daarom wordt De Klare Lijn op grond van artikel 19 Rv Pro in de gelegenheid gesteld om zich hierover schriftelijk uit te laten. De verdere beslissing wordt aangehouden en de zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 28 maart 2012 voor het nemen van een akte door eiseres.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft eiser de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over de te late griffierechtbetaling.