ECLI:NL:RBROT:2012:BV9656
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van de rechtbank bij arbitraal beding in Fenex-voorwaarden bevestigd
In deze civiele zaak vordert eiseres dat gedaagde aansprakelijk wordt gesteld voor toerekenbare tekortkomingen bij douaneformaliteiten en betaling van schadevergoeding. Gedaagde voert een bevoegdheidsincident aan op grond van een arbitraal beding in de Fenex-voorwaarden, die volgens de overeenkomst van 16 maart 2009 van toepassing zijn.
Eiseres betwist de toepasselijkheid van deze voorwaarden omdat zij stelt dat de Fenex-voorwaarden niet ter hand zijn gesteld in de zin van artikel 6:233 en Pro 6:234 BW. De rechtbank stelt vast dat eiseres de overeenkomst heeft geparafeerd en ondertekend, waarin de Fenex-voorwaarden als bijlage zijn opgenomen. Dit levert dwingend bewijs op dat de voorwaarden ter hand zijn gesteld, tenzij tegenbewijs wordt geleverd, wat eiseres niet heeft gedaan.
De rechtbank oordeelt dat het arbitraal beding in de Fenex-voorwaarden rechtsgeldig is en dat zij zich daarom onbevoegd moet verklaren om van de hoofdzaak kennis te nemen. Het verzoek tot tussentijds appel wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens het arbitraal beding in de Fenex-voorwaarden en wijst de vordering af.