ECLI:NL:RBROT:2012:BW1448

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/662 F
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 87 FwArt. 105 FwArt. 106 Fw
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot in verzekerde bewaringstelling van voormalig bestuurder wegens belemmering faillissementsafwikkeling

De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot in verzekerde bewaringstelling van een voormalig bestuurder van een failliete vennootschap. Deze bestuurder had zich uit het handelsregister laten uitschrijven zonder dat een opvolger was benoemd, en had daarna nog handelingen namens de vennootschap verricht. Diverse crediteuren meldden dat zij door de bestuurder waren bewogen tot leveringen op basis van betalingsbewijzen die uiteindelijk niet werden voldaan.

De curator kon ondanks herhaalde pogingen geen contact krijgen met de bestuurder, waardoor de afwikkeling van het faillissement werd belemmerd. De rechtbank oordeelde dat de bestuurder in de zin van artikel 106 Faillissementswet Pro nog steeds als bestuurder moest worden aangemerkt, omdat het doel van deze bepaling is dat de curator een aanspreekpunt heeft.

De rechtbank achtte het middel van in verzekerde bewaringstelling passend om de bestuurder te dwingen mee te werken aan de afwikkeling van het faillissement. Het bevel tot inbewaringstelling werd gegeven voor maximaal dertig dagen met een geldigheidsduur van één jaar, en de bestuurder moest binnen 87 uur na tenuitvoerlegging worden voorgeleid.

Uitkomst: De rechtbank beveelt in verzekerde bewaringstelling van de voormalig bestuurder wegens belemmering van de faillissementsafwikkeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
bevel in verzekerde bewaringstelling
Insolventienummer: 11/662 F
In het faillissement van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster],
kantoorhoudende aan [adres],
statutair gevestigd te Deurne,
curator: mr. G.C. Verburg, kantoorhoudende te Rotterdam,
heeft de rechtbank kennis genomen van de voordracht d.d. 24 februari 2012 van
mr. R. Kruisdijk, rechter-commissaris, strekkende tot het geven van een bevel tot in verzekerde bewaringstelling van de navolgende (voormalig) bestuurder van [verzoekster]:
[verweerder],
geboren te [plaats] op [datum],
volgens het GBA wonende aan [adres].
De failliete vennootschap wordt hierna aangeduid als [verzoekster], mr. Verburg als de curator, mr. Kruisdijk als de rechter-commissaris en [verweerder] als [verweerder].
1. Verloop van het geding
1.1. De rechtbank heeft de voordracht van 24 februari 2012 van de rechter-commissaris ontvangen, strekkende tot het geven van een bevel tot verzekerde inbewaringstelling van [verweerder], met een geldigheid van één jaar.
1.2. De mondelinge behandeling van de voordracht heeft plaatsgevonden op 4 april 2012, waarbij mr. Verkerk namens de curator is verschenen. [verweerder] is niet verschenen.
1.3. De rechtbank heeft vastgesteld dat [verweerder] behoorlijk is opgeroepen aan het in de Gemeentelijke Basisadministratie opgenomen adres.
2. De beoordeling
2.1. Uit het dossier en bij gelegenheid van de mondelinge behandeling is als enerzijds gesteld en anderzijds onweersproken het volgende gebleken:
a. [verweerder] is als bestuurder van [verzoekster] in het handelsregister van de kamer van koophandel ingeschreven geweest gedurende de periode 30 juni 2011 tot 14 september 2011. Hij heeft zich per 14 september 2011 laten uitschrijven en nadien had de vennootschap geen ingeschreven bestuurder.
b. Diverse crediteuren van [verzoekster] hebben aan de curator meegedeeld dat [verweerder] hen heeft bewogen tot het doen van leveringen aan [verzoekster] door het tonen van betalingsbewijzen dan wel bankrekeningoverzichten, terwijl de betreffende betalingen uiteindelijk niet werden ontvangen door die crediteuren.
c. Bij vonnis van 11 oktober 2011 van deze rechtbank is [verzoekster] in staat van faillissement verklaard.
d. Ondanks herhaalde pogingen is het de curator niet gelukt om contact te krijgen met [verweerder].
2.2. In de hiervoor genoemde voordracht heeft de rechter-commissaris - kort gezegd - aangevoerd dat [verweerder] de afwikkeling van het faillissement frustreert doordat het voor de curator niet mogelijk is gebleken om in contact te komen met [verweerder]. Op de zitting heeft mr. Verkerk dit bevestigd.
2.3. Bij de beoordeling dient vooropgesteld te worden dat de failliet op grond van artikel 105 van Pro de Faillissementswet (Fw) gehouden is aan (onder meer) de curator alle informatie te verschaffen, zo dikwijls als hij daartoe wordt opgeroepen. Nakoming van deze verplichting kan worden afgedwongen door het middel van de in verzekerde bewaringstelling (artikel 87 Fw Pro). Op grond van artikel 106 Fw Pro geldt dit ook voor de bestuurder van een failliete vennootschap.
2.4. Gelet op het voorgaande dient beoordeeld te worden of (1) [verweerder] bestuurder van [verzoekster] is in de zin van artikel 106 Fw Pro en, bij een positieve beantwoording, (2) of het handelen van [verweerder] aanleiding geeft tot het geven van een bevel tot in verzekerde bewaringstelling.
2.5. Ad (1). [verweerder] heeft zich met ingang van 14 september 2011 doen uitschrijven uit het handelsregister als bestuurder van [verzoekster] zonder dat een nieuwe bestuurder is ingeschreven. Ook als aangenomen wordt dat [verweerder] (aldus) rechtsgeldig ontslag heeft genomen als bestuurder, staat dit niet aan toepassing van artikel 106 Fw Pro in de weg. De wetgever heeft in artikel 106 Fw Pro het oog gehad op personen die ten tijde van de faillietverklaring (voor zover thans relevant) bestuurder waren (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 17 november 1972, NJ 1973, 133). Echter, daarmee dient naar het oordeel van de rechtbank gelijk gesteld te worden de statutair bestuurder die (op de vooravond van het faillissement) ontslag neemt als bestuurder van de vennootschap zonder dat een nieuwe bestuurder is benoemd. Doel en strekking van artikel 106 Fw Pro is te bewerkstelligen dat de curator van een failliete vennootschap een aanspreekpunt heeft. Dit dient niet te worden gefrustreerd door een eenzijdige handeling van de laatst bekende bestuurder.
Het voorgaande geldt te meer indien de betrokkene in de periode na zijn uitschrijving maar voor de faillietverklaring nog handelingen namens de failliete vennootschap heeft verricht. Deze situatie doet zich, naar moet worden aangenomen, thans voor. Mr. Verkerk heeft namens de curator op de zitting diverse betalingsbewijzen getoond als hiervoor onder 2.1.b bedoeld, die betrekking hadden op de periode tussen de uitschrijving van [verweerder] als bestuurder op 14 september 2011 en de faillissementsdatum.
2.6. Ad (2). Nu [verweerder] als bestuurder in de zin van artikel 106 Fw Pro moet worden aangemerkt, rust op hem de verplichting alle inlichtingen het faillissement betreffende aan de curator te verstrekken. Door dit na te laten, werkt [verweerder] niet (voldoende) mee aan de afwikkeling van het faillissement. Om nakoming van deze verplichting af te dwingen, acht de rechtbank het middel van in verzekerde bewaringstelling passend en geboden.
3. De beslissing
De rechtbank:
* beveelt dat [verweerder], voornoemd, in verzekerde bewaringstelling wordt gesteld in een huis van bewaring;
* bepaalt dat de termijn van verzekerde inbewaringstelling op ten hoogste dertig dagen;
* gelast, dat binnen 87 uur na de tenuitvoerlegging van dit bevel, [verweerder] voornoemd, wordt voorgeleid voor de rechtbank, teneinde te worden gehoord;
* bepaalt de geldigheidsduur van dit bevel op één jaar.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Doorduijn, rechter, op 10 april 2012.
Uitgesproken in het openbaar.
1876/1354