ECLI:NL:RBROT:2012:BW5812
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bevel tot in verzekerde bewaringstelling middellijk bestuurder failliete vennootschap
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de rechter-commissaris tot het geven van een bevel tot in verzekerde bewaringstelling van een voormalig middellijk bestuurder van een failliete vennootschap. De rechter-commissaris stelde dat de bestuurder de afwikkeling van het faillissement frustreerde doordat de curator geen contact met hem kon krijgen.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij zowel de curator als de bestuurder met zijn advocaat aanwezig waren, werd het verzoek pro forma aangehouden. De curator verklaarde vervolgens dat er geen reden meer was voor de in verzekerde bewaringstelling. De rechtbank onderzocht of de bestuurder in de zin van artikel 106 Faillissementswet Pro als bestuurder kon worden aangemerkt.
Uit het handelsregister bleek dat de bestuurder tot mei 2010 middellijk bestuurder was via een stichting die zelf bestuurder was van de failliete vennootschap. De faillietverklaring vond echter plaats in oktober 2011. Er waren geen aanwijzingen dat de bestuurder na zijn uitschrijving nog beleidsbepaler was. De rechtbank concludeerde dat hij geen bestuurder in de zin van artikel 106 Fw Pro was en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot in verzekerde bewaringstelling van de middellijk bestuurder wordt afgewezen omdat hij geen bestuurder in de zin van artikel 106 Faillissementswet is.