ECLI:NL:RBROT:2012:BW2446
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Redelijke termijn bij geleidelijke afbouw van subsidie niet overschreden
Eiseres ontving voor 2011 een subsidie van €362.724, maar verweerder besloot deze subsidie met €50.000 te verlagen, met een geleidelijke afbouw tot 2015. Eiseres stelde dat de termijn om maatregelen te treffen te kort was, omdat zij pas na het besluit van 20 december 2010 duidelijkheid had over de korting.
De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn begon te lopen vanaf de brief van 7 oktober 2010 waarin de korting concreet werd aangekondigd. Eiseres had toen al voldoende informatie om actie te ondernemen, maar heeft pas na het definitieve besluit concrete stappen gezet.
De rechtbank vond de termijn van bijna drie maanden niet onredelijk, mede omdat het ging om een afbouw en geen beëindiging van de subsidie. Ook achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat eiseres de arbeidsovereenkomsten met twee werknemers niet eerder had kunnen beëindigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen vergoeding toegekend voor de kosten die eiseres maakte door het doorlopen van de arbeidsovereenkomsten tot april 2011.
Uitkomst: Het beroep tegen de subsidiekorting wordt ongegrond verklaard en de redelijke termijn is niet overschreden.