ECLI:NL:RBROT:2012:BW4738
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Van der Kolk
- Benaissa
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van conservatoir beslag op geldbedrag in kader van Italiaanse rechtshulp en anti-Maffiawetgeving
De rechtbank Rotterdam behandelde twee klaagschriften van klager tegen conservatoire beslagen op een geldbedrag van ruim €400.000, gelegd op verzoek van Italiaanse autoriteiten in het kader van anti-Maffiawetgeving. Klager was in Nederland vrijgesproken van witwassen, maar in Italië veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en internationale drugshandel.
De rechtbank oordeelde dat klager ontvankelijk was in beide procedures. Het eerste conservatoire beslag, gelegd in september 2009, werd gegrond op het Witwasverdrag en de Italiaanse Wet 575/1965 en werd door de rechtbank als rechtmatig beoordeeld. Het tweede beslag, gelegd in februari 2011, was echter niet correct gebaseerd op een verdragsgrondslag en werd daarom onrechtmatig verklaard.
De rechtbank besprak uitgebreid de toepasselijkheid van het Witwasverdrag, de aard van de Italiaanse maatregelen als veiligheidsmaatregelen en het verband met strafbare feiten. Tevens werd ingegaan op vermeende schendingen van het EVRM en EU-Handvest, die werden verworpen. De rechtbank wees verzoeken tot aanhouding van de procedure af en oordeelde dat het beslag op het geldbedrag terecht was gelegd en voortduurde, ondanks het hoger beroep in Italië.
De beslissing bevestigt de ontvankelijkheid van klager, verklaart het eerste beklag ongegrond en het tweede gegrond, waarbij het tweede conservatoire beslag wordt opgeheven. Tegen deze beslissing staat cassatie open.
Uitkomst: Het eerste conservatoire beslag wordt gehandhaafd, het tweede conservatoire beslag wordt opgeheven wegens strijd met artikel 13a WOTS.