ECLI:NL:RBROT:2012:BW5070
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging arbitraal vonnis wegens onvoldoende spoedeisend belang
In deze zaak vordert eiser schorsing van de tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis dat hem en zijn vennootschap hoofdelijk veroordeelde tot betaling van een bedrag. Het arbitraal vonnis is in Nederland gewezen en ten uitvoer gelegd in Hongarije, waar ook procedures lopen over de executie van onroerende zaken van eiser.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 1066 Rv Pro bevoegd is kennis te nemen van het verzoek tot schorsing, ondanks het feit dat de tenuitvoerlegging in het buitenland plaatsvindt. Er is sprake van onverwijlde spoed omdat de executie mogelijk vóór de zomer van 2012 wordt voltooid, waardoor onherstelbare gevolgen kunnen ontstaan.
Echter, de voorzieningenrechter stelt dat er geen sprake is van een executiegeschil in de zin van artikel 438 Rv Pro en dat de kans van slagen van het hoger beroep tegen het arbitraal vonnis onvoldoende is om schorsing toe te kennen. De rechtbank Rotterdam heeft terecht geoordeeld dat zowel eiser als zijn vennootschap partij zijn bij de overeenkomst en gebonden aan de arbitrageclausule.
De belangenafweging leidt tot afwijzing van het verzoek tot schorsing. Ook wordt geen bankgarantie opgelegd aan Cimcool voor voortzetting van de executie. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.391,00.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.