ECLI:NL:RBROT:2012:BW6787
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Benoeming bijzonder curator voor belangen minderjarige kinderen in geschil over asbestemming na moord op moeder
De zaak betreft een geschil tussen een man, veroordeeld voor de moord op zijn echtgenote, en de moeder van de echtgenote over de bestemming van de as van de gecremeerde vrouw. De as bevindt zich bij het crematorium, en de man heeft beroep aangetekend bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens tegen zijn veroordeling.
De rechtbank stelt vast dat de wens van de overledene omtrent de asbestemming niet bekend is en dat de wettelijke regel dat de as aan de nabestaande wordt gegeven die de crematie opdracht gaf, in beginsel geldt. Echter, vanwege de moordzaak en het beroep bij het EHRM kan niet onomstotelijk worden vastgesteld dat de man de overledene heeft gedood, waardoor zijn wens niet zonder meer leidend is.
De belangen van de minderjarige kinderen van het slachtoffer, die niet in het geding zijn, moeten worden meegewogen. Omdat hun belangen onvoldoende kenbaar zijn en partijen verschillende wensen hebben, benoemt de rechtbank een bijzonder curator om hen te vertegenwoordigen. De curator zal onderzoeken wat de wensen van de kinderen zijn en of deze overeenkomen met die van de grootmoeder.
De rechtbank wijst op de procedurele aspecten, waaronder het aanhouden van de comparitie en de wijze van rapportage door de curator. Tevens wordt vermeld dat de curator een toevoeging kan aanvragen op grond van de wet op de rechtsbijstand. De beschikking is uitgesproken door mr. I.W.M. Laurijssens op 30 mei 2012.
Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzonder curator om de belangen van de minderjarige kinderen te behartigen in het geschil over de asbestemming van hun moeder.