3.9. [gedaagde] voert diverse omstandigheden aan op grond waarvan het Russische Vonnis niet dient te worden erkend wegens strijd met de openbare orde.
3.9.1 Ten aanzien van het betoog dat [gedaagde] niet behoorlijk is opgeroepen om te verschijnen voor de Rechtbank van het Tchérimouchki district, overweegt de rechtbank het volgende.
Indien de verwerende partij in de buitenlandse procedure (zo tijdig) in het geding is verschenen (als met het oog op een behoorlijke verdediging is vereist), behoeft de Nederlandse rechter bij de vraag naar erkenning van die buitenlandse beslissing niet te onderzoeken of de verweerder daartoe behoorlijk is opgeroepen.
Gesteld noch gebleken is dat naar Russisch recht vereist is dat de verweerder in persoon voor het gerecht verschijnt.
Partijen verschillen niet van mening dat [gedaagde] niet in persoon in het geding voor de Rechtbank van het Tchérimouchki district is verschenen, evenmin dat [X] namens hem in die procedure is verschenen en daarin namens hem verweer heeft gevoerd. Gazprombank heeft onbetwist aangevoerd dat [X] een advocaat is. [gedaagde] heeft ter comparitie verklaard dat hij tevoren aan [X] een volmacht had verleend die, naar hij achteraf heeft vastgesteld, ruimte bood om namens hem te verschijnen in de procedure die tot het Russische Vonnis heeft geleid en om een rechtsmiddel daartegen in te stellen. Uit het verschijnen van [X] namens [gedaagde] in het geding voor de Rechtbank van het Tchérimouchki district blijkt dat deze tijdig op de hoogte is gesteld van dat geding. Voorts heeft [gedaagde] ter comparitie verklaard dat hij op de hoogte was van de omstandigheid dat een rechtsmiddel tegen het Russische Vonnis aanhangig was en dat hij in dat kader aan zijn echtgenote [Y] heeft gevraagd om een brief te schrijven over de ongeldigheid van de borgtocht wegens gebrek aan haar toestemming. Onder deze omstandigheden rekent de rechtbank in de verhouding tussen [gedaagde] en Gazprombank het optreden van [X] in de procedure die tot het Russische Vonnis heeft geleid toe aan [gedaagde].
Gesteld noch gebleken is dat [X] niet de gelegenheid heeft gekregen om in het geding voor de Rechtbank van het Tchérimouchki district namens [gedaagde] behoorlijk verweer te voeren. Uit het Russische Vonnis en de beslissing, op het kennelijk door [X] namens [gedaagde] ingestelde rechtsmiddel, van het Rechterlijke College voor civiele zaken van de stadsrechtbank van Moskou van 14 februari 2006 met kenmerk 33-2674 (productie 5 zijdens Gazprombank) blijkt veeleer het tegendeel, nu daarin door [X] aangevoerde verweren tegen veroordeling van [gedaagde] worden behandeld.
Op vorenstaande gronden concludeert de rechtbank dat geen fundamentele beginselen zijn geschonden ten aanzien van de oproeping van [gedaagde] voor de Rechtbank van het Tchérimouchki district, dan wel ten aanzien van zijn verschijning in het geding voor die Rechtbank of de daarop gevolgde rechtsmiddelprocedure.
3.9.2 Ten aanzien van het betoog dat erkenning van het Russische Vonnis in strijd is met de openbare orde, omdat de echtgenote van [gedaagde], [Y], geen toestemming heeft verleend tot het aangaan van de overeenkomst van borgtocht die ten grondslag ligt aan het Russische Vonnis, overweegt de rechtbank het volgende.
Tussen partijen is niet in geschil dat de overeenkomst van borgtocht tussen hen ingevolge de rechtskeuze in clausule 5.1 van akte van borgtocht wordt beheerst door Russisch recht.
Voor zover [gedaagde] betoogt dat naar Nederlandse maatstaven een overeenkomst van borgtocht die zonder toestemming van de andere echtgenoot is gesloten nietig is wegens strijd met de openbare orde, ziet hij eraan voorbij dat uit de artikelen 1:88 en 1:89 BW in onderling verband volgt dat zodanige overeenkomst in beginsel geldig is, maar dat de andere echtgenoot een beroep op vernietiging daarvan kan doen.
Kennelijk heeft de echtgenote van [gedaagde] bij de Rechtbank van het Dorogomilovsky district te Moskou een vordering ingesteld tot nietigverklaring van de overeenkomst van borgtocht en heeft dat gerecht bij beslissing van 20 maart 2006 gegeven onder kenmerk 2-174/06 (productie G-25) die vordering afgewezen.
In zowel het Russische Vonnis als de beslissing op het rechtsmiddel van het Rechterlijke College voor civiele zaken van de stadsrechtbank van Moskou van 14 februari 2006 met kenmerk 33-2674 zijn overwegingen opgenomen met betrekking tot het standpunt van de echtgenote van [gedaagde] dat de overeenkomst van borgtocht niet geldig is. Daarbij is in beide beslissingen vermeld dat de echtgenote van [gedaagde] een procedure tot nietigverklaring van de overeenkomst van borgtocht aanhangig had gemaakt en dat namens [gedaagde] is betoogd dat wegens de ongeldigheid van de borgtocht de vordering van Gazprombank diende te worden afgewezen, dan wel de uitkomst van de procedure tot nietigverklaring diende te worden afgewacht. Die standpunten zijn in die beslissingen verworpen als niet gegrond op het tussen partijen toepasselijke Russische recht.
3.9.3 Het vorenstaande voert de rechtbank tot de conclusie dat erkenning van het Russische Vonnis niet in strijd met de Nederlandse openbare orde komt.