ECLI:NL:RBROT:2012:BW9126
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Schoneveld
- J.H. de Wildt
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens zegelverbreking na onjuiste toepassing beleidsregels Mededingingswet
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep tegen een boete van €51.000 opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit wegens het verbreken van een verzegeling in het kader van een onderzoek onder de Mededingingswet. De verzegeling betrof het secretariaat van eiseres, dat door een medewerker van het beveiligingsbureau werd verbroken. Eiseres voerde aan dat de verzegeling onrechtmatig was en dat haar geen verwijt viel te maken.
De rechtbank oordeelde dat de verzegeling redelijk was en niet in strijd met artikel 5:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De verbreking door de beveiligingsmedewerker was aan eiseres toe te rekenen, omdat zij onvoldoende instructies had gegeven aan het beveiligingsbedrijf. De rechtbank verwierp het verweer van afwezigheid van verwijtbaarheid.
Ten aanzien van de boetehoogte stelde de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte een ernstfactor van 2 had gehanteerd, terwijl volgens de beleidsregels 2009 een factor 1 passend was. Bovendien had verweerder de verdergaande medewerking van eiseres aan het onderzoek niet als boeteverlagend meegenomen. De rechtbank stelde daarom de boete zelf vast op €23.000, met een korting van 10% wegens medewerking.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige toepassing van beleidsregels en het juiste toerekenen van zegelverbreking in bestuursrechtelijke boetezaken.
Uitkomst: De boete wegens zegelverbreking wordt verminderd van €51.000 naar €23.000 vanwege onjuiste toepassing van beleidsregels en erkenning van medewerking.