ECLI:NL:RBROT:2012:BW9651
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onredelijk bezwarende bepaling in sportschoolabonnement over opeisbaarheid resterende termijnen
Eiseres vordert betaling van achterstallige contributies en kosten van gedaagde op grond van een tweejarig sportschoolabonnement. Gedaagde betwist de vordering niet, maar wil een betalingsregeling treffen.
De kantonrechter beoordeelt ambtshalve of de algemene voorwaarde die bepaalt dat bij niet-betaling van een maandtermijn alle resterende termijnen ineens opeisbaar zijn, onredelijk bezwarend is. De rechtbank oordeelt dat deze bepaling een wanverhouding inhoudt tussen de tekortkoming en de sanctie, vooral omdat eiseres ook het opschortingsrecht uitoefent door toegang tot faciliteiten te ontzeggen zolang niet de gehele contributie is voldaan.
Hierdoor is de bepaling onredelijk bezwarend en niet bindend voor gedaagde. De vordering wordt daarom slechts toegewezen voor de daadwerkelijk vervallen termijnen tot en met maart 2012, een bedrag van € 359,24. Daarnaast wordt een redelijke vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van € 75,00 toegewezen, terwijl de rentevergoeding wordt afgewezen wegens een onjuist berekende hoofdsom. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, met een beperking van het griffierecht tot € 109,00.
Uitkomst: De vordering wordt deels toegewezen voor de achterstallige termijnen en buitengerechtelijke kosten, maar de bepaling over opeisbaarheid van alle resterende termijnen wordt onredelijk bezwarend verklaard en niet toegepast.