ECLI:NL:RBROT:2012:BX1505
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vrijstelling bouwvergunning wegens onbevoegdheid en onvoldoende motivering
Eisers hebben een bouwvergunning aangevraagd voor drie bedrijfsverzamelgebouwen op een perceel met agrarische bestemming. Verweerder verleende aanvankelijk vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, WRO, maar bleek daartoe niet bevoegd omdat niet was voldaan aan de provinciale vrijstellingsvoorwaarden. Bij het bestreden besluit werd het bezwaar van eisers gegrond verklaard en de vergunning alsnog geweigerd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het primaire besluit onrechtmatig heeft genomen door ten onrechte bevoegdheid te veronderstellen. Verweerder kon ook niet overgaan tot een vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, WRO, omdat de gemeenteraad deze bevoegdheid niet had gedelegeerd en het bestemmingsplan niet tijdig was herzien. De motivering van verweerder om van inzicht te veranderen en medewerking te weigeren is onvoldoende en innerlijk tegenstrijdig.
Eisers beroepen zich op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel. De rechtbank stelt dat verweerder bevoegd is terug te komen op zijn eerdere bereidheid, maar dit wel deugdelijk moet motiveren en de belangenafweging zorgvuldig moet maken, inclusief eventuele compensatie. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, wijst een nieuwe beslissing op bezwaar toe en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.