Uitspraak
200902932/1/H1), kan aan het college niet de bevoegdheid worden ontzegd om bij het volgen van de - gefaseerde - vrijstellingsprocedure terug te komen van de aanvankelijke bereidheid om met toepassing van artikel 19 van Pro de WRO medewerking te verlenen aan de realisering van het bouwplan. Wel zal het college bij het alsnog weigeren om vrijstelling te verlenen deugdelijk dienen te motiveren waarom het van inzicht is veranderd. Daarbij zal het college voorts de gevolgen van het bij de verzoeker om vrijstelling door de aanvankelijk uitgesproken bereidheid gewekte vertrouwen dienen af te wegen tegen de door de weigering gediende belangen en onder ogen moeten zien, of die afweging tot het verlenen van enige compensatie noopt.