ECLI:NL:RBROT:2012:BX3742
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onverschuldigde betaling van btw door niet-btw-plichtige huurder bevestigd
Thuiszorg Rotterdam huurde vanaf 1991 een kantoorruimte van B.V.T. en betaalde btw over de huurprijs. Na wetswijziging in 1995 werd de uitzonderingsregeling voor btw-heffing beperkt tot situaties waarin de huurder voor 90% of meer recht op aftrek van voorbelasting had. Thuiszorg Rotterdam voldeed hier niet aan en stelde dat zij onverschuldigd btw had betaald.
De rechtbank onderzocht of B.V.T. de btw terecht in rekening bracht en oordeelde dat na afloop van de overgangsperiode in 2003 geen rechtsgrond meer bestond voor het doorberekenen van btw. De vordering van Thuiszorg Rotterdam tot terugbetaling van btw over de periode vanaf 22 juli 2003 tot 31 oktober 2009 is gegrond. Verjaring werd deels aangenomen, maar de brief van 22 juli 2008 werd als stuiting van de verjaring beschouwd.
Verder werd geoordeeld dat Thuiszorg Rotterdam haar rechten niet had verwerkt door het blijven betalen van btw, omdat zij steeds had aangegeven dat zij dit onterecht vond. De rechtbank wees het beroep van B.V.T. op formele rechtskracht van btw-aangiften af, omdat dit alleen tussen B.V.T. en de Belastingdienst geldt. De zaak wordt aangehouden voor verdere onderbouwing van de bedragen.
Uitkomst: Thuiszorg Rotterdam kan de onverschuldigd betaalde btw over de periode 22 juli 2003 tot 31 oktober 2009 terugvorderen van B.V.T.