ECLI:NL:RBROT:2012:BX6306
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- L.A.C. van Nifterick
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke beroepsprocedure
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter in een bestuursrechtelijke beroepsprocedure bij de rechtbank Rotterdam. Het verzoek betrof vermeende procedurele onzorgvuldigheden en onvoldoende voorbereidingstijd, alsmede het niet aanhouden van de zaak in afwachting van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en de schriftelijke reactie van de rechter meegewogen. De kamer overwoog dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking vormt, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat vooringenomenheid aannemelijk is. De vermeende procedurefouten en het niet aanhouden van de zaak waren niet onbegrijpelijk en boden geen aanwijzing voor vooringenomenheid.
De gemachtigde van verzoekster had tijdig een uitnodiging voor de zitting ontvangen en was telefonisch geïnformeerd dat er geen uitstel was verleend. Hierdoor kon hij de zaak voldoende voorbereiden. De wrakingskamer concludeerde dat het wrakingsverzoek ongegrond was en wees het af.
De beslissing werd op 31 augustus 2012 uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.