ECLI:NL:RBROT:2012:BX6892
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.J. Sarlemijn
- A.J.J. van Rijen
- J.A. Tiesing
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en schadevergoeding bij niet-nakoming softwareimplementatiecontract
Helion en Valar sloten een contract voor levering, implementatie en onderhoud van softwaremodules (VBS). Helion betaalde diverse facturen, maar stelde dat Valar tekort was geschoten omdat het systeem niet goed functioneerde en de opdracht niet volledig was afgerond. Valar betwistte dit en stelde dat Helion onvoldoende meewerkte, waardoor zij in schuldeisersverzuim verkeerde.
De rechtbank stelde vast dat Valar op 1 december 2008 in verzuim was, omdat Helion niet in schuldeisersverzuim verkeerde in de periode tussen sommatie en die datum. Helion had het contract rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbonden wegens toerekenbare tekortkoming van Valar. Hierdoor ontstonden verplichtingen tot ongedaanmaking van reeds verrichte prestaties en mogelijke schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden van Valar van toepassing is, waardoor de aansprakelijkheid van Valar beperkt is tot de factuurwaarde van het contract en indirecte schade is uitgesloten. De omvang van de ongedaanmaking en schadevergoeding wordt vastgesteld in een schadestaatprocedure, waarbij een deskundige zal adviseren over de waarde van de verrichte werkzaamheden.
Daarnaast wees de rechtbank de vorderingen van Valar tot betaling van openstaande facturen deels toe, behoudens opschorting en verrekening. De procedure wordt voortgezet met een comparitie om deskundigen te benoemen en verdere stappen te bespreken.
Uitkomst: Valar is toerekenbaar tekortgeschoten, het contract is rechtsgeldig ontbonden en Helion krijgt recht op schadevergoeding met beperkingen door het exoneratiebeding.