ECLI:NL:RBROT:2012:BX7321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting commissie en wanprestatie bij beëindiging bevrachtingsovereenkomst
MSS vordert betaling van commissie en schadevergoeding van Van Lanschot, voortvloeiend uit haar bemiddeling bij een bevrachtingsovereenkomst tussen CC en VC. MSS baseert haar vordering primair op een vermeende opdracht tot bemiddeling met CC en subsidiair op clausule 30 van de bevrachtingsovereenkomst.
Van Lanschot betwist het bestaan van een opdracht tot bemiddeling en stelt dat VC niet aan haar verplichtingen heeft voldaan, waardoor geen commissie verschuldigd is. De rechtbank beoordeelt dat het toepasselijke recht op de bevrachtingsovereenkomst Engels recht is en op de opdracht tot bemiddeling het recht van Gibraltar.
De rechtbank oordeelt dat MSS onvoldoende feiten heeft gesteld voor het bestaan van een opdracht tot bemiddeling met CC en dat Van Lanschot het bewijs moet leveren dat VC wanprestatie heeft gepleegd. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering over deze wanprestatie.
Uitkomst: Vordering MSS op basis van opdracht tot bemiddeling wordt afgewezen; bewijslevering over wanprestatie van VC wordt opgelegd en zaak aangehouden.