ECLI:NL:RBROT:2012:BY0506
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- W.P. Sprenger
- R.F. de Knoop
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke partijdigheid door betrokkenheid partner
In deze civiele procedure tussen twee besloten vennootschappen verzocht de rechter zich te verschonen van verdere behandeling van de zaak. De reden was dat de partner van de rechter betrokken was bij een van de procespartijen door het geven van advies aan een nieuwe investeerder.
De rechter stelde dat deze betrokkenheid een objectieve schijn van partijdigheid kon veroorzaken, waardoor zijn onpartijdigheid in het geding zou kunnen zijn. De procespartijen steunden het verzoek tot verschoning.
De meervoudige kamer voor verschoningszaken oordeelde dat hoewel er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig was, de omstandigheden wel een zwaarwegende aanwijzing vormden voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor schade aan de rechterlijke onpartijdigheid. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter te waarborgen.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectieve schijn van partijdigheid.