ECLI:NL:RBROT:2012:BY1444

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
409485 / HA RK 12-756
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken aanwijzingen voor vooringenomenheid

In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die betrokken is bij een civiele vrijwaringsprocedure. Verzoeker uitte in twee brieven zijn twijfels over de betrouwbaarheid van de door eiseres voorgestelde getuigen, maar deze brieven bleven onbeantwoord. De rechter besloot de getuigen eerst te horen en pas later de klachten over hun betrouwbaarheid te beoordelen.

De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat het achterwege laten van een reactie op de brieven op zichzelf geen grond is voor het vermoeden van vooringenomenheid. Tevens is overwogen dat een onwelgevallige beslissing van een rechter niet automatisch wraking rechtvaardigt, tenzij deze beslissing zo onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid die kan verklaren.

De beslissing van de rechter om de getuigen te horen alvorens hun betrouwbaarheid te beoordelen, werd niet als zodanig onbegrijpelijk beschouwd. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van het vermoeden van onpartijdigheid van rechters en de hoge drempel voor het aannemen van vooringenomenheid.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Uitspraak: 26 oktober 2012
Zaaknummer: 409485
Rekestnummer: HA RK 12-756
Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:
[naam verzoeker],
wonende te [adres],
verzoeker,
strekkende tot wraking van [naam kantonrechter], kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Brielle (hierna: de rechter).
1. Het procesverloop en de processtukken
Ter zitting van de rechter van 20 september 2012 was aan de orde het getuigenverhoor, zoals dat door de rechter bij vonnis van 27 februari 2012 was bepaald in de civielrechtelijke procedure tussen [naam eiseres] als eiseres in vrijwaring tegen verzoeker als gedaagde in vrijwaring, welke procedure als kenmerk heeft 1130084 \ CV EXPL 10-441.
Bij gelegenheid van die behandeling heeft verzoeker de rechter gewraakt.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van:
- het griffiedossier van de hiervoor omschreven vrijwaringsprocedure, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van (niet gehouden) getuigenverhoor op 20 september 2012;
- het dossier van de hoofdprocedure tussen Woningbouwvereniging [naam] als eiseres tegen genoemde [naam eiseres] als gedaagde, welke procedure als kenmerk heeft 1095008 \ CV EXPL 10-185.
Verzoeker, de rechter, alsmede [naam eiseres en haar advocaat mr. E.B. van den Ouden zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.
De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.
Ter zitting van 12 oktober 2012, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen: verzoeker en de rechter. Zij hebben ieder hun standpunt nader toegelicht.
2. Het verzoek en het verweer daartegen
2.1
Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :
2.1.1
Verzoeker heeft in twee brieven, gedateerd 9 april 2012 en 14 september 2012, aan de rechter aangegeven dat hij het niet eens is met het horen van de door eiseres [naam eiseres] voor te brengen getuigen, omdat hij grote twijfels heeft over de eerlijkheid van deze getuigen. De getuige [A] woont reeds vier jaren samen en deelt het bed met eiseres, terwijl de getuige [B] haar ex-echtgenoot is, waar eiseres ook reeds vele jaren mee samenwerkt, aldus verzoeker.
2.1.2
Die brieven zijn door de rechter onbeantwoord gelaten.
2.2
De rechter heeft niet in de wraking berust en voorts te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren. Hij voert daartoe - verkort en zakelijk weergegeven - aan:
2.2.1
Verzoeker heeft mij gewraakt voordat ik met het horen van getuigen zou aanvangen. De getuigen zouden worden gehoord in een vrijwaringsprocedure waarbij aan [naam eiseres] bewijs is opgedragen. Dezelfde getuigen zijn al gehoord in de hoofdzaak, waarin Woningbouwvereniging [naam] als eiseres optreedt en [naam eiseres] als gedaagde.
[Naam eiseres] heeft [naam verzoeker] na een daartoe strekkend vonnis in vrijwaring gedagvaard.
Ook in de hoofdzaak was aan Van der Meer bewijs opgedragen.
2.2.2
Verzoeker stelt dat de door [naam eiseres] voor te brengen getuigen onbetrouwbaar zijn. Daarover heeft hij twee brieven geschreven die ik onbeantwoord heb gelaten; tot beantwoording achtte ik mij niet gehouden. De betrouwbaarheid van getuigen en hun verklaringen kunnen eerst worden beoordeeld nadat deze getuigen zijn gehoord. Dat heb ik ter zitting meegedeeld en tevens heb ik meegedeeld dat een mogelijk voor verzoeker onwelgevallig vonnis in hoger beroep aan het gerechtshof kan worden voorgelegd. Er is geen reden de getuigen niet te horen en het wel horen van die getuigen kan niet leiden tot de conclusie dat er sprake is van vooringenomenheid van de rechter die de getuigen hoort.
3. De beoordeling
3.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2
Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.
3.3
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing als vorenbedoeld opleveren. De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende:
3.4
Vast staat dat de twee hiervoor genoemde, aan de rechter gerichte brieven van verzoeker - waarin hij zijn zorgen uitte over de betrouwbaarheid van de te horen getuigen en de door hen af te leggen verklaringen - onbeantwoord zijn gebleven. Verzoeker procedeert zonder juridische bijstand en om die reden ware het gelukkiger geweest indien tenminste de ontvangst van de brieven was bevestigd. Op zichzelf vormt het achterwege laten van een reactie op die brieven geen grond om aan te nemen dat er sprake was van (gerechtvaardigde schijn van) vooringenomenheid van de rechter.
3.5
Voorts heeft verzoeker aan zijn verzoek tot wraking ten grondslag gelegd dat hij het niet eens is met het horen van de twee door [naam eiseres] voorgebrachte getuigen en dat de rechter - ondanks de bezwaren van verzoeker - tot het horen van die getuigen wilde overgaan.
Vooropgesteld moet worden dat een voor een partij onwelgevallige beslissing van een rechter op zichzelf geen grond voor wraking oplevert. Dat geldt ook indien er geen hogere voorziening mocht openstaan tegen die beslissing.
3.6
Dat kan anders zijn indien een omstreden beslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijze geen andere verklaring is te geven dan dat de beslissing door vooringenomenheid is ingegeven.
De beslissing van de rechter om eerst de getuigen van de zijde van [naam eiseres] te horen en pas later, bij de bewijsbeoordeling, de klachten over de (on)betrouwbaarheid van deze getuigen te onderzoeken, vormt geen onbegrijpelijke beslissing in voormelde zin.
3.7
De wraking is mitsdien ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.
4. De beslissing
wijst af het verzoek tot wraking van [naam kantonrechter].
Deze beslissing is gegeven op 26 oktober 2012 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. W.P. Sprenger en mr. R.F. de Knoop, rechters.
Deze beslissing is door de oudste rechter uitgesproken ter openbare terechtzitting en ondertekend in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.