ECLI:NL:RBROT:2012:BY1444
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- M.F.L.M. van der Grinten
- W.P. Sprenger
- R.F. de Knoop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken aanwijzingen voor vooringenomenheid
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die betrokken is bij een civiele vrijwaringsprocedure. Verzoeker uitte in twee brieven zijn twijfels over de betrouwbaarheid van de door eiseres voorgestelde getuigen, maar deze brieven bleven onbeantwoord. De rechter besloot de getuigen eerst te horen en pas later de klachten over hun betrouwbaarheid te beoordelen.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat het achterwege laten van een reactie op de brieven op zichzelf geen grond is voor het vermoeden van vooringenomenheid. Tevens is overwogen dat een onwelgevallige beslissing van een rechter niet automatisch wraking rechtvaardigt, tenzij deze beslissing zo onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid die kan verklaren.
De beslissing van de rechter om de getuigen te horen alvorens hun betrouwbaarheid te beoordelen, werd niet als zodanig onbegrijpelijk beschouwd. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van het vermoeden van onpartijdigheid van rechters en de hoge drempel voor het aannemen van vooringenomenheid.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.