ECLI:NL:RBROT:2012:BY4554
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. Vogtschmidt
- A. van ’t Laar
- R.J.A.M. Cooijmans
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij Belastingdienst niet onevenredig
Eiseres, werkzaam bij de Belastingdienst sinds 2005, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften over meerdere jaren. Verweerder stelde hoge eisen aan de integriteit van ambtenaren, vooral bij fiscale verplichtingen. Eiseres voerde persoonlijke omstandigheden en psychische klachten aan ter rechtvaardiging, maar deze werden niet als voldoende geacht om het plichtsverzuim te vergoelijken.
De rechtbank stelde vast dat het plichtsverzuim over een langere periode plaatsvond en dat de psychische klachten geen verklaring boden voor de onjuiste opgaven. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat de aangehaalde vergelijkbare zaak wezenlijk verschilde en het bestuursorgaan niet verplicht is om eerdere fouten te herhalen.
De rechtbank concludeerde dat het plichtsverzuim ernstig genoeg was om het onvoorwaardelijke ontslag te rechtvaardigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen haar ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard en het onvoorwaardelijke ontslag bevestigd.