ECLI:NL:CRVB:2008:BD3358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim bij onjuiste belastingaangiften medewerker Belastingdienst
Betrokkene, sinds 1972 werkzaam bij de Belastingdienst, diende over de jaren 1999 tot en met 2002 onjuiste belastingaangiften in door ten onrechte aftrek woon-werkverkeer op te voeren. Ondanks verzoeken om nadere informatie en correcties reageerde betrokkene onvoldoende. De inspecteur stelde de aangiften vast en legde een disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag op.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het ontslag, stellende dat het plichtsverzuim niet in de mate van appellant was bewezen en de zwaarste straf niet passend was. In hoger beroep betoogde appellant dat het plichtsverzuim ernstig was, gezien de vier achtereenvolgende jaren met onjuiste aangiften en het niet reageren op brieven.
De Raad oordeelde dat betrokkene het handelen van zijn echtgenote bij de aangiften volledig kan worden toegerekend en dat het niet adequaat reageren op brieven eveneens aan hem is toe te rekenen. Gezien de ernst van het plichtsverzuim en de hoge integriteitseisen aan Belastingdienstmedewerkers is het ontslag niet onevenredig. De aangevallen uitspraak werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het onvoorwaardelijk ontslag bevestigd.