ECLI:NL:RBROT:2012:BY5278
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting lid vakantiewoning VvE blijft bestaan na opzegging lidmaatschap
De eigenaar van een vakantiewoning in Villapark [A] heeft zijn lidmaatschap van de Vereniging van Eigenaren (VvE) opgezegd per 1 januari 2009. De Vereniging vordert betaling van achterstallige parkkosten, waaronder bestuurs- en beheerskosten, die verband houden met de mandelige eigendom van het park. De eigenaar betwist de vordering en stelt dat na opzegging van het lidmaatschap geen betalingsverplichting meer bestaat, en voert onder meer aan dat er geen geldig derdenbeding is en dat de kosten niet redelijk verdeeld zijn.
De rechtbank stelt vast dat het lidmaatschap opzegbaar is, maar dat de betalingsverplichting uit de koop- en aannemingsovereenkomst en de statuten blijft bestaan, ook na beëindiging van het lidmaatschap. De kosten van beheer en bestuur zijn onlosmakelijk verbonden met het mandelige eigendom waarvoor de eigenaar mede verantwoordelijk is. De rechtbank oordeelt dat de Vereniging een vorderingsrecht heeft op grond van een derdenbeding dat stilzwijgend is aanvaard bij de akte van levering, en dat de verdeling van kosten (80% voor verhurende en 20% voor niet-verhurende eigenaren) redelijk is.
De eigenaar heeft een deel van de vordering betwist wegens onverschuldigde kosten (schoorsteenonderhoud) en deze vermindering wordt toegewezen. De vordering wordt verder toegewezen tot een bedrag van €1.565,70 plus wettelijke rente. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van meer dan normale kosten. De vordering van de eigenaar tot verwijdering van een hekwerk geplaatst door een buurman wordt afgewezen omdat deze kwestie nog in cassatie is bij de Hoge Raad. Beide partijen worden in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De eigenaar wordt veroordeeld tot betaling van €1.565,70 plus wettelijke rente aan de Vereniging, ondanks opzegging van het lidmaatschap.